Climate Living Lab Schelde Delta i.o.

SPOORZOEKEN NAAR STEENBAKKERSVERLEDEN

Een vertegenwoordiging van de Vlaamse Rupelstreek struinde 23 februari door de Brabantse Wal. Al eeuwenlang wordt in beide gebieden klei ontgonnen en verwerkt. Maar de sporen in het landschap variëren sterk. De zoektocht naar het steenbakkersverleden van de Brabantse Wal maakte duidelijk dat de Belgische ondernemers die deze industrie ooit opstartten, dezelfde technologie gebruikten. Ze lieten alleen veel minder sporen na dan in het klei-ontginningslandschap van de Rupelstreek. Een ringoven die herbestemd is tot een winkel voor bouwmaterialen is in de Brabantse Wal een van de weinige stille getuigen van een nijver steenbakkerijverleden.

 

Ontginningssporen

In de Rupelstreek is dat wel anders. Hier werd de klei uit de cuesta ontgonnen in open mijnbouw. De klei werd door de arbeiders niet onder het dijkniveau uitgegraven, zoals op andere plaatsen de gebruikelijke methode was. Ze hadden hierdoor geen probleem met de vigerende wetgeving rond de bescherming van dijken. Daardoor kon er een specifiek industrieel landschap ontstaan. De ontginningssporen zijn grotendeels behouden in het landschap. Dat maakt de Rupelstreek uniek in haar soort. Om te bekijken hoe het staat met het steenbakkerserfgoed in andere regio’s maakt de Vlaamse delegatie een rondgang door het gebied van Geopark Schelde Delta.

Deel dit bericht via:
Share on facebook
Share on linkedin
Share on email